Bulletin board

Daliy Mirror Saddam Bush

Ook merkhouders kunnen inbreuk maken op de vrijheid van meningsuiting

Mag. iur. dr. W. Sakulin

Merkhouders kunnen inbreuk maken op de vrijheid van meningsuiting. Dit ligt niet voor de hand, immers merkrechten regelen vooral het gebruik van merken tussen bedrijven onderling. Het merkenrecht is echter aan grote veranderingen onderhevig. Merkrechten zijn uitgebreid in hun omvang en merken zelf spelen een steeds belangrijkere rol. Zij zijn niet alleen symbolen met een grote waarde voor merkhouders, maar zij spelen ook een belangrijke rol in campagnes van actiegroepen zoals Greenpeace, in werken van kunstenaars en in de maatschappij als bijvoorbeeld statussymbolen. Er kunnen zich situaties voordoen waarin een merkhouder met een claim vanwege vermeend merkinbreuk geconfronteerd wordt met een terecht beroep van een kunstenaar of een actiegroep op de vrijheid van meningsuiting. In deze situatie biedt het huidige merkenrecht weinig mogelijkheden voor een zuivere belangenafweging. Uitingen van derden worden vaak snel verboden. Dit kan niet alleen de vrijheid van meningsuiting van de betrokken kunstenaar of actiegroep schenden, maar creëert ook een afschrikwekkend effect op potentiële deelnemers aan het maatschappelijk debat – iets wat volgens de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (het EHRM) indruist tegen de vrijheid van meningsuiting.

Wilt u meer weten klik dan hier.



Nieuwe vakantiewet

mr. D.A. (Dojera) Wahid-Manusama

Per 1 januari 2012 zal een wetsvoorstel in werking treden over de opbouw en geldigheid van vakantiedagen.

De nieuwe wet voorkomt dat werknemers vakantiedagen tot in lengte van dagen kunnen opsparen. Voor het wettelijk minimum aan vakantiedagen (normaliter bij een fulltime dienstverband 20) zal een verjaringstermijn van 6 maanden gaan gelden, te rekenen na het jaar van opbouw van de betreffende vakantiedagen.

Voor de bovenwettelijke dagen (meer dan de 20 wettelijke) blijft de nu geldende verjaringstermijn van 5 jaar van kracht.

Nog openstaande niet genoten vakantiedagen (ook de wettelijke minimum vakantiedagen) van voor de wetswijziging vallen ook nog onder het oude verjaringsregime van 5 jaar.

Tevens zullen langdurig zieken evenveel vakantiedagen opbouwen als niet arbeidsongeschikte werknemers.

Uiteraard dienen bestaande CAO’s, waarin op dit punt verjaringstermijnen van 5 jaar staan opgenomen, indien het voorstel wet wordt, eveneens te worden aangepast.

Advies is dus om de administratie preventief vast voor te bereiden op deze komende wijziging.